📗 Er is ook een leesbare versie voor patiënten en naasten.
Bekijk het patiëntenartikel →Behandelprotocol Functionele Neurologische Stoornis (FNS)
Voor fysiotherapeuten, oefentherapeuten en andere paramedici
Gebaseerd op de Zorgstandaard FNS (Akwa GGZ, geautoriseerd 13-04-2026), de internationale consensusaanbevelingen voor fysiotherapie (Nielsen et al., 2015) en de Physio4FMD-trial (Nielsen et al., Lancet Neurology 2024).
1. Wat is FNS?
Een functionele neurologische stoornis (FNS) is een aandoening waarbij het zenuwstelsel niet goed functioneert, zonder dat er sprake is van structurele schade aan hersenen of zenuwen. De klachten zijn echt en onwillekeurig — ze zijn niet ingebeeld en de patiënt heeft ze niet onder bewuste controle. [1]
FNS kenmerkt zich door symptomen op een of meer van de volgende gebieden: motoriek (zwakte, verlamming, tremor, dystonie, loopstoornissen), functionele aanvallen, sensibiliteit, spraak en slikken, zintuigen en cognitie. De diagnose wordt gesteld door een neuroloog (of oogarts, KNO-arts of kinderarts) op basis van kenmerkende positieve symptomen — niet door het uitsluiten van andere aandoeningen. [1]
De computermetafoor is behulpzaam bij de uitleg: de hardware (hersenen en zenuwen) is intact, maar er is een softwareprobleem waardoor de aansturing en informatieverwerking niet goed verlopen. Herstel is mogelijk door de hersenen als het ware te "herprogrammeren" via gerichte beweging. [1]
Voor fysiotherapie en oefentherapie zijn vooral relevant: functionele bewegingsstoornissen, krachtsverlies/verlamming en duizeligheid. Dit zijn de symptoomdomeinen waarvoor paramedische behandeling de eerste keuze is en waarvoor de meeste wetenschappelijke onderbouwing bestaat. [1] [2]
2. Positieve klinische kenmerken
FNS wordt gediagnosticeerd op grond van positieve symptomen — bevindingen die actief wijzen op een functionele oorzaak, in tegenstelling tot het simpelweg ontbreken van afwijkingen. Als paramedicus is het waardevol deze kenmerken te herkennen, zowel om de diagnose te onderbouwen richting de patiënt als om ze in te zetten in de behandeling. [1] [3]
Voorbeelden van positieve kenmerken:
- Hoover's sign (functionele beenzwakte): heupextensie herstelt onwillekeurig bij contralaterale heupflexie tegen weerstand. Sensitiviteit circa 63%, specificiteit tot 100%. [1]
- Entrainment (functionele tremor): het ritme van de tremor neemt de frequentie over van een bewust uitgevoerde beweging met een ander lichaamsdeel. Hoge sensitiviteit en specificiteit (circa 91%). [1]
- Afleidbaarheid: symptomen nemen af of verdwijnen wanneer de aandacht van de patiënt wordt afgeleid. [3]
- Co-contractie: wisselend aanspannen van agonisten en antagonisten bij verschillende bewegingen of houdingen. [1]
- Inconsistentie: de bewegingsmogelijkheid varieert — een beweging die niet lukt op verzoek, verloopt wél automatisch of onbewust. [1] [3]
Deze inconsistentie en afleidbaarheid vormen niet alleen diagnostische ankers, maar ook het therapeutische aangrijpingspunt: ze demonstreren aan de patiënt dat het bewegingssysteem intact is en dat herstel haalbaar is. [2] [3]
3. Uitgangspunten van de behandeling
De behandeling is gebaseerd op een biopsychosociaal verklaringsmodel en richt zich, conform het model van Edwards en Nielsen, op: [2] [3]
- Aandachtsprocessen: het verminderen van zelfgerichte aandacht op de beweging. Overmatige aandacht voor een beweging verstoort de automatische, vlotte uitvoering ervan. Het doel is positieve beweegervaringen opdoen zónder die zelfgerichte aandacht.
- Verwachtingen en ziekteovertuigingen: het ontwikkelen van een realistische verwachting van herstel. De overtuiging "ik heb hier geen controle over" onderhoudt de klacht; het ervaren van controle doorbreekt deze.
- Sense of agency: het (her)opbouwen van het gevoel zelf controle te hebben over de eigen bewegingen.
- Emotieregulatie: waar nodig aandacht voor spanning en emotie die de klachten beïnvloeden.
- Abnormale bewegingspatronen: het doorbreken van niet-helpende, aangeleerde bewegingsgewoonten en overmatige voorzichtigheid.
Het geheel gebeurt binnen een positieve, niet-oordelende context waarin bewegen — niet praten óver de klacht — het uitgangspunt is. [2]
4. Opbouw van de behandeling
De fysiotherapeutische behandeling van FNS bevat vier kernelementen. [1] [2]
4.1 Educatie
De behandeling start met uitleg over FNS, in duidelijke en begrijpelijke taal, afgestemd op het begripsniveau van de patiënt. Een bruikbare formulering: "Uw zenuwen en spieren werken goed, maar u heeft op dit moment minder controle over de aansturing vanuit de hersenen." [1]
Vermijd niet-helpende verklaringen zoals "u bent helemaal gezond", "het komt door stress" of "het zit tussen de oren". Geef erkenning voor de realiteit van de klachten en de zorgen die ze hebben veroorzaakt. Een nuttige openingsvraag is voor hoeveel procent de patiënt de diagnose gelooft — dit geeft richting aan de benodigde educatie. [1]
Gebruik de terugvraagmethode om te toetsen of de uitleg is begrepen. Verwijs voor aanvullende informatie eventueel naar neurosymptoms.org (beschikbaar in meerdere talen) of Nederlandstalige voorlichtingssites over FNS. [1] [4]
4.2 Lichamelijk onderzoek en demonstratie
Na de educatie volgt lichamelijk onderzoek waarin de therapeut de patiënt bewust maakt van de wisselende beweegmogelijkheden — bijvoorbeeld door een positief klinisch kenmerk te demonstreren. Hiermee wordt zichtbaar en voelbaar gemaakt dat de beweging fysiek mogelijk is, en wordt de mogelijkheid van herstel concreet gedemonstreerd en uitgesproken. [1] [2]
4.3 Motorische hertraining
De kern van de behandeling. Uitgangspunten: [1] [2]
- Begin bij intacte basisbewegingspatronen, zoals het verplaatsen van het lichaamsgewicht. Bouw geleidelijk op naar complexere bewegingen die meer door de FNS belemmerd worden.
- Leg de focus op wat wél lukt. Door aandacht te richten op intacte bewegingsmogelijkheden ontstaat een gevoel van controle en een verwachting van herstel.
- Werk met automatische bewegingen. Bewegingen die automatisch beginnen (ritmisch bewegen) of ongebruikelijke, nieuwe bewegingen (achteruit lopen) omzeilen de verstorende zelfgerichte aandacht.
- Zet afleiding in. Afleiding van de aandacht herstelt vaak de normale beweging; dit principe wordt therapeutisch benut.
- Versterk gewenste reacties (operante conditionering) en vraag de patiënt de herwonnen bewegingen te integreren in het dagelijks leven.
- Adresseer niet-helpende gedachten en gedrag, zoals "ik heb geen controle" of overmatige voorzichtigheid, als integraal onderdeel van de behandeling.
Waar nodig kunnen oefeningen voor emotie- en spanningsregulatie worden aangeboden, zoals ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Soms zijn tijdelijke adviezen over hulpmiddelen aan de orde, met als doel afbouw richting zelfstandig bewegen. [1]
4.4 Terugvalpreventie en zelfmanagement
De patiënt leert zelfmanagementstrategieën om zelf met (dreigende) klachten om te gaan en om terugval te voorkomen. Het doel is dat de patiënt de regie over het herstel zelfstandig kan voortzetten. [1] [2]
5. Aandachtspunten voor chronische en bijkomende klachten
Chronische pijn en vermoeidheid komen vaak samen voor met FNS en vragen om aanpassing van de aanpak — bijvoorbeeld een lagere intensiteit of behandeling aan huis. Erken bij impactvolle of chronische symptomen de beperkingen en heb aandacht voor zingeving, zelfredzaamheid en psychologisch welzijn. [1]
Informeer de patiënt vooraf dat klachten tijdens de behandeling tijdelijk kunnen toenemen. Meestal nemen ze in de loop van de behandeling weer af na herhaling van de oefeningen. Deze uitleg vooraf voorkomt ongerustheid en uitval. [1]
6. Wanneer opschalen naar multidisciplinaire zorg?
Bewaak als paramedicus de grenzen van het vak. De volgende signalen wijzen op herstelbelemmerende factoren die een bredere, multidisciplinaire aanpak vereisen: [1]
- Onvoldoende effect: na zes sessies nog geen verbetering of zicht op verbetering.
- Toename van klachten ondanks behandeling.
- Gebrekkige generalisatie: de oefeningen gaan goed tijdens de sessie, maar de winst vertaalt zich niet naar het dagelijks leven.
Bij een vermoeden van herstelbelemmerende factoren (bijvoorbeeld psychiatrische comorbiditeit, onverwerkte spanning, of somatische comorbiditeit) is exploratie geïndiceerd. Overweeg verwijzing naar of samenwerking met de ggz. Bij een vermoeden van comorbide somatische of psychiatrische aandoeningen wordt samenwerking met andere zorgverleners geadviseerd. [1]
Volgens het principe van matched care wordt klachtgerichte fysiotherapie in principe altijd ingezet, eventueel parallel aan behandeling gericht op beïnvloedende factoren. Bij multidisciplinaire behandeling is het belangrijk een casus-coördinator aan te wijzen die overzicht houdt, consistente uitleg bewaakt en onnodig medisch handelen voorkomt. [1]
7. Wetenschappelijke onderbouwing
Er zijn meerdere gerandomiseerde onderzoeken gepubliceerd waarin de fysiotherapeut een expliciete rol had in de behandeling van functionele bewegingsstoornissen en functionele aanvallen. De resultaten suggereren dat fysiotherapie een positief effect kan hebben op de ernst van de symptomen, beperkingen in het dagelijks leven en kwaliteit van leven. [1] [5]
De Physio4FMD-trial (Nielsen et al., Lancet Neurology 2024) — de grootste tot nu toe, met elf centra in Engeland en Schotland — vergeleek een gespecialiseerd fysiotherapieprotocol met reguliere neurologische fysiotherapie. Op de primaire uitkomstmaat (zelf-gerapporteerd fysiek functioneren na 12 maanden) werd geen significant verschil gevonden tussen de gespecialiseerde en de reguliere fysiotherapie. Wel rapporteerden meer patiënten in de gespecialiseerde groep verbetering van hun motorische symptomen en betere scores op subjectieve maten van mentale gezondheid. Beide vormen van fysiotherapie bleken veilig en werden hoog gewaardeerd door patiënten. [2]
De praktische boodschap: een biopsychosociale, op hertraining gerichte aanpak vormt de kern, en elke fysiotherapeut die volgens deze principes werkt kan van waarde zijn. Het verdient aanbeveling om binnen het netwerk volgens deze consensusprincipes te werken en om bij complexe casuïstiek te verwijzen naar therapeuten met specifieke FNS-scholing. [1] [2]
8. Kernpunten voor de praktijk
- FNS is een echte, behandelbare aandoening; de diagnose is positief gesteld, niet bij uitsluiting.
- Fysiotherapie is eerste keuze bij functionele bewegingsstoornissen, krachtsverlies en duizeligheid.
- Werk vanuit een biopsychosociaal model: educatie, motorische hertraining, zelfmanagement.
- Richt de aandacht op wat wél lukt; gebruik automatische beweging en afleiding.
- Bouw een verwachting van herstel en een gevoel van controle op.
- Informeer vooraf over mogelijke tijdelijke toename van klachten.
- Evalueer na zes sessies; schaal op bij uitblijvend effect, toename of gebrekkige generalisatie.
- Bewaak de grenzen van het vak en werk samen binnen het netwerk.
Referenties
- Akwa GGZ. Zorgstandaard Functionele neurologische stoornis (FNS). Utrecht: Akwa GGZ; geautoriseerd 13-04-2026. Beschikbaar via ggzstandaarden.nl.
- Nielsen G, Stone J, Lee TC, Goldstein LH, Marston L, Hunter RM, et al. Specialist physiotherapy for functional motor disorder in England and Scotland (Physio4FMD): a pragmatic, multicentre, phase 3 randomised controlled trial. Lancet Neurol. 2024;23(7):675–686. doi:10.1016/S1474-4422(24)00135-2.
- Nielsen G, Stone J, Matthews A, Brown M, Sparkes C, Farmer R, et al. Physiotherapy for functional motor disorders: a consensus recommendation. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2015;86(10):1113–1119. doi:10.1136/jnnp-2014-309255.
- Stone J, e.a. neurosymptoms.org — patiënteninformatie over functionele neurologische symptomen (meertalig). Geraadpleegd 2026.
- Macías-García D, Méndez-Del Barrio M, Canal-Rivero M, et al. Combined physiotherapy and cognitive behavioral therapy for functional movement disorders: a randomized clinical trial. JAMA Neurol. 2024;81(9):966–976.
Dit protocol is opgesteld voor therapeuten binnen het Mentaal Gezond / VindJeFysio Netwerk en dient als praktische leidraad. Het vervangt niet de volledige Zorgstandaard FNS, te raadplegen via ggzstandaarden.nl. Raadpleeg bij twijfel altijd de verwijzend neuroloog of een gespecialiseerde collega.
Bent u nog niet aangesloten?
Meld uw praktijk aan bij Mentaal Gezond en word zichtbaar voor patiënten en verwijzers.
Aanmelden als praktijk →